Democratie is een belangrijk goed en daarom zijn er ondernemingsraden in de bedrijven en instellingen. OR-en praten en denken mee over voor het personeel belangrijke onderwerpen en de toekomst van het bedrijf. Dat is belangrijk en moeilijk werk, net zoals in een gemeenteraad. Om OR-leden te ondersteunen bestaat er een goed netwerk van opleidingsinstituten, gekwalificeerde trainers en de stichting GBIO (Gemeenschappelijk Begeleidinginstituut Ondernemingsraden).
Het GBIO is een scholingsfonds dat onderzoek doet, de kwaliteit bewaakt en subsidie verleent. Werkgevers van grote concerns in de SER willen van het GBIO af en ook de heffing voor scholing voor cursussubsidie moet weg. Zij zeggen dat de OR volwassen genoeg is om zelf, in overleg met hun werkgever, de scholing en vorming te regelen. Anders gezegd: zij willen de scholing aan de vrije markt overlaten en de subsidie afschaffen.
Democratie mag blijkbaar geen geld kosten en betrokken werknemers lijken overbodig. En dat in een crisistijd waarbij OR-en dubbel zo hard moeten werken, hogere eisen worden gesteld, er belangrijke beslissingen moeten worden genomen en er geen geld en tijd is voor scholing. Maar ook in hoogconjunctuur is er altijd werk aan de winkel.
Standpunt vakcentrales
Ook FNV Bouw is tegen de werkgeversstelling dat het huidige stelsel en het GBIO hun tijd gehad hebben. Nee, juist nu is het meer dan ooit nodig!
FNV Bouw is het eens met de drie vakcentrales. Medezeggenschap is een maatschappelijk goed; scholing en vorming van OR-leden mag daarom niet worden overgelaten aan marktwerking. Zonder kaders worden ook volwassen OR-en geplet.
Scholing en vorming van OR-leden moet geschieden door onafhankelijke gespecialiseerde instituten. Er moet een prijsprikkel (subsidie) zijn waardoor het bedrijf de noodzakelijke scholing betaalt. Er moet kwaliteitsbewaking zijn, inclusief bewaking van het aanbod. Opleidingen van OR-leden moet worden gestimuleerd en OR-leden moeten zelf kunnen kiezen waar zij dat inkopen. Niet de werkgever. Kwaliteit is doorslaggevend en niet de kosten. En medezeggenschap moet een volwaardig vakgebied blijven. De kwaliteit van de scholing en vorming moet gewaarborgd blijven; niet alleen door een tevredenheidmeting onder klanten, maar ook door eisen aan opleiding en opleider. Werkgevers lijken niets meer te willen borgen. Op 17 november praat de Bestuurskamer van de SER hier verder over.
Eisen
Bij welke wijziging dan ook, de democratie op de werkvloer en de scholing daarvoor moet goed zijn geborgd. FNV Bouw schaart zich achter de eisen van goede scholing en vorming. Dat zijn:
• Wettelijk, goed geborgd recht op OR-scholing. Ook voor de PVT.
• Vergoedingsplicht voor de ondernemer. Ondernemers moeten wettelijk verplicht worden om een bepaald minimumbudget te reserveren. Wettelijk moet worden geregeld dat de OR feitelijk de beschikking krijgt over gereserveerd scholingsgeld en dus niet bij de directeur hoeft aan te kloppen voor toestemming. OR krijgt zelfstandig contractrecht.
• Het minimumbudget dient de prijsontwikkeling te volgen.
• De voor scholing en vorming beschikbare tijd, en het daarvoor beschikbare budget, moeten bij aanvang van de zittingsduur worden bepaald. Naderhand moet een accountant controleren of dat ook is besteed.
• De kwaliteit moet gewaarborgd worden. Zowel instituten als trainers dienen gekwalificeerd te zijn.
• Er dient een overkoepelende instanties, een onafhankelijke stichting te zijn die certificeert en bewaakt. Deze stichting dient tripartite aangestuurd te worden.
• De huidige scholingsstructuur van OR-instituten moet intact blijven.
• Wijzigingen in het scholingssysteem mogen niet drempelverhogend werken.
Niko Manshanden, 9 november 2010