Sinds september 1996 is de richtlijn voor grensoverschrijdende informatie en raadpleging van werknemers een feit, de zogenoemde "Eor-richtlijn". Hierin staan voorwaarden waaronder medezeggenschap bij multinationals dient plaats te vinden. De precieze vorm van de eor wordt vastgesteld door het internationale management en de onderhandelingsdelegatie van de werknemersvertegenwoordiging. Komen de onderhandelende partijen er in 3 jaar niet uit dan wordt de (bodem-) eor voorgeschreven en verplicht verklaard.
Vakbonden hebben een belangrijke positie rond de eor. De Bijzondere Onderhandelings Groep (BOG), een onderhandelingsdelegatie van werknemersvertegenwoordigers van alle desbetreffende Europese vestigingen, overlegt met de concernleiding. Zij leggen de vorm, bevoegdheden en faciliteiten van de eor vast in een eor-overeenkomst. In veel landen zijn vakbondsvertegenwoordigers lid van de eor of er direct bij betrokken.
De eor-richtlijn is van toepassing op concerns met ondernemingen in verschillende landen en is verplicht bij een concern met:
- ten minste 1000 werknemers in de EU
- ten minste 2 ondernemingen in verschillende lid-staten
- in meerdere of ten minste 2 landen een onderneming met elk tenminste 150 werknemers.
De eor-richtlijn geldt voor zowel de publieke als de private sector in de EU, ook als het hoofdkantoor buiten Europa is gevestigd. Momenteel zijn er circa 650 eor'en die zo'n 11 miljoen werknemers vertegenwoordigen.
De eor-richtlijn dient in nationale wetgeving uitgewerkt te worden. In Nederland is dit gebeurd met de Wet op de Europese OndernemingsRaden (Weor, 1997). De Weor is van toepassing op Europese ondernemingen met de hoofdvestiging (moederonderneming) in Nederland. Is de hoofdvestiging in een andere lidstaat gevestigd dan geldt de Weor van dat land. Als de moederonderneming buiten Europa zit dan geldt de Weor van het land met de vestiging door de moeder aangewezen. Of anders de Europese vestiging met de meeste werknemers.
Bevoegdheden
De Nederlandse or of cor (centrale or) hebben hun gewone medezeggenschapsrechten in de onderneming in Nederland van een buitenlands concern. Zij hebben echter geen invloed op beslissingen van de concerntop in het buitenland. Daarom is er de eor. De eor-bevoegdheden zijn aanvullend bedoeld en zo is de piramide compleet. Werknemers kunnen zodoende grip proberen te krijgen op internationale besluiten met gevolgen voor de afzonderlijke landen.
Minimaal 1 keer per jaar dient de internationale concernleiding met de eor bij elkaar te komen. Men bespreekt dan een schriftelijk verslag over de ontwikkelingen in het concern en de vooruitzichten. Dat is het informatierecht. Daarnaast wordt de eor ook geraadpleegd over plannen met belangrijke gevolgen voor de werknemers, zoals reorganisatie, verplaatsing of sluiting van dochterondernemingen of vestingen of collectief ontslag. Dit recht heet consultatie (een soort adviesrecht).
In de Nederlandse Weor zijn aanvullende zaken geregeld, zoals faciliteiten, vertegenwoordiging in de BOG en eor, de verantwoordelijkheden en de verplichting van de dochteronderneming in Nederland.
De eor bestaat relatief nog maar kort en heeft nog weinig bevoegdheden.
--