In veel besturen van pensioenfondsen worden deze weken herstelplannen vastgesteld. Die moeten op 1 april bij De Nederlandsche Bank zijn ingeleverd.
Als de dekkingsgraad onder de 105% zit moet het plan ertoe leiden dat het niveau van 105% binnen enkele jaren weer is bereikt. FNV Bouw vindt dat belangrijk, maar het moet wel op een verstandige wijze gebeuren. Overhaasten is niet nodig – pensioenregelingen hebben spaargeld dat voor een fors deel pas over tientallen jaren hoeft te worden uitbetaald, en dan heeft het weinig zin om maatregelen te treffen die diep ingrijpen op de korte termijn.
De kranten staan nu vol van afstempelen of korten van pensioenrechten. FNV Bouw wil daarover pas praten als werkelijk alle andere maatregelen onvoldoende blijken uit te werken.
Er staan de besturen van pensioenfondsen en CAO-partijen heel wat meer instrumenten ter beschikking dan alleen het korten van pensioenrechten. Variërend van hogere premies, extra stortingen in de pensioenkas en uitstel van indexatie tot tijdelijk lagere opbouw van nieuwe pensioenrechten en maatregelen in de sfeer van het beleggingsbeleid. De keuze van de bestuurders moet rekening houden met de belangen van alle betrokkenen, dus zowel de pensioengerechtigden als de werkenden en de werkgevers. Iedereen begrijpt dat dit geen makkelijke beslissingen zijn. Hoe dieper de ingrepen hoe meer aandacht nodig is voor een afgewogen mix van de maatregelen.
In het bedrijfstakpensioenfonds voor de Bouwnijverheid heeft het bestuur het herstelplan inmiddels klaar. Uit doorberekeningen blijkt dat het fonds zich binnen drie jaar kan herstellen tot boven de 105% zonder dat het beleid hoeft te worden aangepast. Dat betekent wel dat er geen toeslagen worden gegeven – de pensioenrechten worden dus niet verhoogd met de loonstijging. Het bestuur had en heeft nog steeds wel die ambitie, maar nu de beleggingsopbrengsten zo negatief zijn uitgepakt, ontbreken de middelen om een toeslag te betalen. Verder zal de premie worden verhoogd.
Geen toeslag betekent dat de koopkracht van gepensioneerden wordt uitgehold. Met hoeveel hangt af van de inflatie en van bijvoorbeeld de aanpassing van de AOW. Geen toeslag betekent ook dat het pensioenrecht van de werkenden achterblijft bij de loonontwikkeling. Zoals de vlag er nu bij hangt, zal het bestuur aan het eind van het jaar de premie verhogen met 2%. Dat is ongeveer 1,4% van het loon, waarvan de helft voor rekening van de werknemer komt. Alleen als de economie en de aandelen zich heel sterk herstellen, zal het plaatje er anders uitzien.