Veelgestelde vragen 

Veelgestelde vragen 

Wijzigingen in pensioenakkoord
27 april 2012: De door de Kunduz-coalitie aangekondigde bezuinigingen hebben ook gevolgen voor het pensioenakkoord. Zodra bekend is wat er voor u gaat veranderen passen wij deze pagina's aan. Lees voor meer informatie het nieuwsbericht: FNV Bouw baalt van bezuinigingspakket.


Lees op deze pagina de meest gestelde vragen en antwoorden over het pensioenakkoord of download het pdf-bestand.

Waar gaat het pensioenakkoord over?
De afgelopen twee jaar is over pensioenen gesproken tussen vakbonden, werkgevers en overheid. Het akkoord dat nu is afgesproken, regelt het aanvullend pensioen en de AOW en gaat ten slotte over ouderenparticipatie: oudere werknemers 'fit de finish' laten halen en na ontslag weer aan het werk te helpen.
Waarom heeft FNV Bouw 'ja' gezegd?

Er zijn verschillende redenen waarom FNV Bouw 'ja' heeft gezegd.

Allereerst regelt dit pensioenakkoord een fatsoenlijke AOW op 65. Daar heeft FNV Bouw in de laatste weken nog keihard op ingezet en dat is gelukt. Bovendien blijft het mogelijk om voor 65 te stoppen met werken: werknemers kunnen nog steeds met vroegpensioen. Dat is belangrijk voor onze leden, die zwaar werk doen, vaak op jonge leeftijd begonnen zijn en niet de hoogste inkomens hebben. Ten slotte zijn er afspraken gemaakt over ‘ouderenparticipatie’. Deze afspraken moeten ervoor zorgen dat oudere werknemers 'fit de finish' halen en na ontslag weer aan het werk kunnen.

Kabinetsplan
In de plannen die het kabinet Rutte had, ging de AOW-leeftijd voor iedereen naar 66 en werden de mogelijkheden voor vroegpensioen fors ingeperkt. De vroegpensioenleeftijd zou dan minimaal twee jaar zou opschuiven. Heel slecht voor de mensen in onze sectoren dus.

In de laatste fase van de onderhandelingen ontstond er een meerderheid in de Tweede Kamer voor het akkoord zoals dat is gesloten tussen vakbonden, werkgevers en overheid. Daarmee had minister Kamp van Sociale Zaken opeens een eenvoudige keuze. Òf de FNV zou instemmen met het pensioenakkoord, òf de vakbonden zouden dat akkoord wegstemmen en dan kwam het kabinetsplan op tafel.

FNV Bouw heeft zijn verantwoordelijkheid genomen. Onze bondsraad heeft gekozen voor het beste van die twee plannen, namelijk het pensioenakkoord.
Wat is er precies afgesproken?

AOW

De standaard AOW-leeftijd stijgt met de toenemende levensverwachting. In 2020 gaat die omhoog naar 66 en vijf jaar later (in 2025) waarschijnlijk naar 67. Dat laatste wordt in 2015 bekeken aan de hand van onderzoek naar de levensverwachting.

Kan ik nog steeds vanaf 65 AOW krijgen?

Ja. Wie vanaf 2020 vanaf 65 (een jaar eerder dan de standaardleeftijd) AOW wil ontvangen, krijgt een ‘boete’ van 6,5 procent. Ook kunnen mensen er voor kiezen om een, twee of bijvoorbeeld drie maanden later te stoppen met werken. Zo kunnen ze, net als nu bij het vroegpensioen, zelf het moment kiezen dat het best past bij hun persoonlijke omstandigheden.

Er is een aantal oplossingen om de korting op de AOW te compenseren:

Dat pakt volgens de doorrekeningen goed uit voor mensen in onze sectoren. Het leidt volgens FNV Bouw tot een fatsoenlijke AOW. Al deze oplossingen dragen er aan bij om het zogenoemde AOW-gat te dichten. Bekijk de voorbeeldberekeningen.

Berekeningen
De berekeningen die FNV Bouw heeft gemaakt laten zien dat de AOW-uitkering op 65 vanaf 2020 vergelijkbaar is met de huidige AOW-uitkering. De resultaten van het akkoord zijn beter dan de situatie zonder akkoord: een forse verslechtering van het vroegpensioen, pas op je 66ste AOW, meer druk op opbouw en koopkracht van het pensioen en niks geregeld voor mensen met een zwaar beroep.

Voor de goede orde: het opschuiven van de standaard-AOW-leeftijd heeft natuurlijk wel gevolgen voor het vroegpensioen, nu er een 'gat' ontstaat. Maar die gevolgen zijn veel minder groot dan in de plannen van de politiek.

Bekijk de voorbeeldberekeningen.

Wat houdt de inkomensafhankelijke ouderenkorting in?
Ouderenkorting is eigenlijk een vreemd woord, het gaat namelijk over extra fiscaal voordeel voor gepensioneerden.

Er komt een nieuwe inkomensafhankelijke ouderenkorting. De bestaande ouderenkortingen worden langzaam afgebouwd. De nieuwe ouderenkorting wordt meer gericht op de lagere inkomens. De ouderenkorting wordt individueel bepaald, op basis van je inkomen.

Inkomen
Voor iedereen met een jaarinkomen tot €18.000 bedraagt de ouderenkorting naar verwachting €300 per jaar. De gemiddelde leeftijd van overlijden is in onze sectoren 84 jaar. Dat betekent dat werknemers tot aan hun overlijden in 19 jaar totaal €4.000 kunnen ontvangen. Op de lange termijn loopt de ouderenkorting zelfs op tot totaal €5.700. Bij een jaarinkomen tussen €18.000 en €24.000 komt er een geleidelijke afbouw van de ouderenkorting met stapjes van 5 procent.

Bijna al onze mensen komen dus in aanmerking voor de ouderenkorting. Bijna niemand in onze sectoren heeft immers een inkomen uit pensioen en AOW boven de €24.000 euro. De meesten zitten onder de €18.000 euro.

Daarnaast blijft de alleenstaande ouderenkorting bestaan. En het gaat om €421 per jaar, bovenop de ouderenkorting van maximaal €300 per jaar. De ouderenkorting voor alleenstaanden is niet inkomensafhankelijk. De gemiddelde leeftijd van overlijden is in onze sectoren 84 jaar. Dat betekent dat werknemers tot hun overlijden €7.999 kunnen ontvangen.

Vanaf 65 betaalt men geen AOW-premie meer (17,9 procent).

Disclaimer


Hoewel de berekeningen zorgvuldig zijn gemaakt, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. Bij de ouderenkorting zijn wij vooralsnog uitgegaan van het maximale bedrag de komende jaren, €4.000 (wetende dat de ouderenkorting individueel bepaald wordt en in de verdere toekomst nog zal stijgen naar € 5.700). Maar ook bij een lagere ouderenkorting zijn de uitkomsten acceptabel.

Naar de berekeningen

Wat houdt de werkbonus in?
Mede dankzij de inspanningen van FNV Bouw is de werkbonus vooral gericht op zware beroepen, lage inkomens en mensen met een lang arbeidsverleden.

Iedereen die werkt, komt vanaf 61 in aanmerking voor de werkbonus. Die bedraagt maximaal €2.350 per jaar. Werknemers kunnen de werkbonus vier jaar lang krijgen, wat in totaal € 9.400 oplevert. Met een inkomen boven €19.000 per jaar krijgen werknemers de volle doorwerkbonus.

Enkele voorbeelden:

  • Een bouwvakker die een goed half jaar doorwerkt na zijn 61ste ontvangt de maximale werkbonus. Hij heeft dan namelijk een inkomen boven de €19.000, - per jaar;
  • Besluiten werknemers om vanaf hun 61ste gebruik te maken van deeltijdpensioen, dan kan men in aanmerking komen voor de doorwerkbonus van €2.350. Als iemand ongeveer 3 dagen in de week doorwerkt en zijn inkomen is hoger dan €19.000 per jaar, dan krijgt deze werknemer de volle werkbonus. En in het pensioenakkoord is, dankzij FNV Bouw, ook de afspraak gemaakt dat in alle sectoren deeltijdpensioen mogelijk moet worden. De bouw kent al een deeltijdpensioenregeling;

In beide voorbeelden geldt dat iets langer doorwerken ervoor zorgt dat het salaris nú beter is èn een beter pensioen wordt opgebouwd. Dat is ook nu al de reden waarom veel werknemers ervoor kiezen hun vroegpensioen iets later in te laten gaan.

Daarnaast komt er een inkomensafhankelijke werkbonus van €1.200 voor mensen met een minimumloon, die langzaam wordt afgebouwd. Mogelijk is die in onze sectoren te benutten in combinatie met het deeltijdpensioen.

Op basis van gegevens van de pensioenfondsen constateert FNV Bouw dat onze leden straks allemaal in aanmerking komen voor minimaal één keer de werkbonus.

Ook de werkbonus levert dus een forse bijdrage aan het oplossen van het AOW-gat als men besluit om de AOW op 65 te laten ingaan.

Wat houdt de vitaliteitspaarregeling in?
Dit kabinet schaft de spaarloonregeling af. In plaats van de spaarloonregeling komt er nu een vitaliteitspaarregeling. Die kan worden gebruikt om het AOW-gat te dichten, of om eerder met pensioen te gaan. In de sectoren waar de werkgever nu een levensloopbijdrage geeft, kan die straks gebruikt worden voor de vitaliteitspaarregeling. In bijna al onze sectoren hebben we een vorm van levensloop.

Werknemers kunnen ook zelf extra sparen als ze dat willen.

Met de vitaliteitspaarregeling mag er straks tot €20.000 gespaard worden. Je kunt het geld gebruiken om je pensioen/AOW naar voren te halen (fiscaal vriendelijk) of een auto te kopen.

Het geld dat werknemers tot nu toe gespaard hebben in de spaarloonregeling kan overgeheveld worden naar de vitaliteitspaarregeling.

Voorbeeld:
In de bouw kennen we al een werkgeversbijdrage van €425 per jaar voor levensloop. Als die werkgeversbijdrage 5 jaar gespaard wordt in de vitalititeitspaarregeling, dan levert dit 2.324 op.
Als er 11 jaar gespaard wordt dan levert het €5.607 op.

Werknemers kunnen daarnaast ook zelf sparen in de vitalititeitspaarregeling. Zou iemand zelf nog eens iedere maand €5 sparen, dan levert dat na 5 jaar €328 op, en na 11 jaar €792. 

Ook de vitaliteitspaarregeling levert dus een forse bijdrage aan het oplossen van het AOW-gat als men besluit om de AOW op 65 te laten ingaan.

Wat gebeurt er met de levensloopregeling?
Het kabinet wilde de levensloopregeling afschaffen. Dankzij het pensioenakkoord blijft de levensloopregeling bestaan en kan je die ook gebruiken om eerder te stoppen met werken. Maar er worden wel voorwaarden aan verbonden.

Heeft u nu al een levenslooppolis?     

  • Heeft u op 31-12-2011 een bedrag van minimaal €3.000 gespaard? Dan verandert er voor u niets: u valt onder de overgangsregeling. Uw levenslooprekening, met daarop uw gespaarde tegoed blijft gewoon bestaan;
  • Heeft u op 31-12-2011 een bedrag gespaard dat lager is dan €3.000?
    Dan wordt uw levenslooprekening omgezet en opgeheven. Als u uw  levenslooprekening wil behouden, dan moet uw spaartegoed €3.000 euro of meer zijn op 31-12-2011. Daarvoor kunt u een extra storting doen naar uw levenslooprekening. Zo kunnen werknemers blijven sparen voor bijvoorbeeld eerder stoppen met werken.

Heeft u nog geen levenslooppolis?
U kunt nog tot het einde van 2011 starten met levensloop. Als u minimaal € 3.000 inlegt, bijvoorbeeld uit de eindejaarsuitkering, dan kunt u ook na 1-1-2012 blijven inleggen voor levensloop. Hiermee kunt u een basis leggen om straks tussentijds verlof te nemen of om eerder te stoppen met werken. Het openen van een levenslooprekening is mogelijk tot 30-12-2011.

Huidige situatie

3 Procent van de werknemers in de bouw maakt nu gebruik van de levensloopregeling; vaak hebben mensen kleine bedragen gespaard. Niet iedereen zal de mogelijkheid hebben om snel tot minimaal €3.000 bij te storten op zijn levenslooppolis. FNV Bouw is al aan de slag om een vitaliteitspaarregeling te ontwikkelen. Mogelijk kunt u het bedrag straks “overboeken” naar de vitaliteitspaarregeling.

Moet u nog AOW-premie betalen als u op 65 met AOW gaat?
Tijdens het onderhandelingsproces leek het er op of iedereen toch nog AOW premie zou moeten betalen als je de AOW in 2020 op 65 in wilt laten gaan. Nu is afgesproken dat je die AOW premie (17,9%)niet hoeft te betalen.
Kan ik nog met vroegpensioen?
Nu stoppen de meeste werknemers in de bouw tegen hun 61ste. In de meubel-, hout- en afbouwsectoren is dat iets later. Dat is met het nieuwe pensioenakkoord nog steeds mogelijk. Wel is het zo dat de vroegpensioenleeftijd iets zal opschuiven. U komt dan ook in aanmerking voor een doorwerkbonus.

Is er sprake van een 'casinopensioen'?

Er is geen sprake van een 'casinopensioen'. Afgesproken is dat pensioenfondsen de mogelijkheid krijgen om te kiezen voor een mix tussen zekerheid over het startpensioen en koopkrachtbehoud daarná, die het beste bij de deelnemers van het fonds past. Hoewel wel eens anders wordt beweerd, is absolute zekerheid over beide tegelijk niet te regelen. Hoe meer zekerheid je over het startpensioen wil, hoe meer geld een pensioenfonds in buffers moet vastzetten om die 'garantie' te kunnen waarmaken. Geld waarmee dus niet kan worden belegd. En beleggen is nu eenmaal nodig om pensioenen te kunnen indexeren.

Nu werken de schokken op de financiële markten direct fors door in de pensioenen, door kortingen of een aantal jaren achter elkaar niet indexeren waardoor het pensioen niet meestijgt met de koopkracht. Om dat te voorkomen mogen pensioenfondsen straks tien jaar de tijd nemen om die schokken op te vangen. De gevolgen daarvan kunnen dan dus worden 'uitgesmeerd'. Gaat het binnen die tien jaar weer beter, dan zullen de negatieve gevolgen dus minder erg zijn dan nu. FNV Bouw vindt die zogenoemde uitsmeermogelijkheid erg belangrijk.

Inmiddels is ook meer bekend over de spelregels voor pensioenfondsen. Bovendien blijven werkgevers meebetalen aan de pensioenen. In goede en in slechte tijden.

Liggen straks alle risico's alleen bij werknemers en gepensioneerden?
Net als nu kunnen ook straks aan de cao-tafel afspraken worden gemaakt over de inhoud van de pensioenregeling, de hoogte van de premie en de verdeling daarvan tussen werkgever en werknemer. Werkgevers blijven dus ook verantwoordelijk.

Maar net als nu zal er als bijvoorbeeld de beurzen instorten niet automatisch méér premie worden betaald. Dat zou overigens ook niet echt helpen.

Een voorbeeld:
Het pensioenfonds voor de bouw heeft nu 30 miljard euro in kas. Stel dat daar in een crisis 10% van verdampt: dat is 3 miljard. Aan pensioenpremie komt nu jaarlijks 1 miljard euro binnen. Als die premie zou worden verdubbeld, levert dat 1 miljard euro extra op. En zo'n verdubbeling zal natuurlijk nooit plaatsvinden. Dat kost namelijk niet alleen de werkgever veel geld, maar ook de werknemer. Bijna €100 per maand.

"Uitsmeermogelijkheid"
Het akkoord geeft pensioenfondsen de mogelijkheid grote schokken over een periode van tien jaar 'uit te smeren'. Dat verkleint de risico's van een crisis voor het pensioen aanzienlijk. Hadden we deze mogelijkheid de afgelopen jaren gehad, dan zouden hoogstwaarschijnlijk minder pensioenen zijn gekort en zou het koopkrachtverlies voor gepensioneerden kleiner zijn geweest. En tenslotte kan de premie niet meer zo makkelijk worden verlaagd. Werkgevers blijven dus in goede tijden meer betalen dan op dat moment strikt noodzakelijk is. Dat maakt het fonds sterker voor als het weer tegen zit.

Ontspringen werkgevers de dans, omdat de premie wordt gemaximeerd?
Er wordt wel gezegd dat werkgevers door het pensioenakkoord geen verantwoordelijkheid meer zouden hebben en alle risico’s eenzijdig bij werknemers en gepensioneerden komen te liggen. Maar de premie wordt niet gemaximeerd. Net als nu kunnen ook straks aan de cao-tafel afspraken worden gemaakt over de inhoud van de pensioenregeling, de hoogte van de premie en de verdeling daarvan tussen werkgever en werknemer. Net als nu kan er dus voor gekozen worden een deel van de onderhandelingsruimte te besteden aan pensioen.

Geen automatische premieverhoging
In het akkoord staat wel dat er een eind komt aan de 'automatische premieverhoging' als we in de toekomst gemiddeld nog ouder worden. De premie mag dus niet meer stijgen als gevolg van de stijgende levensverwachting. Los van het feit dat zo'n automatische premiestijging de koopkracht van werknemers aantast omdat die ook een deel van de premie betalen (en dat is bijna overal, ook in onze sectoren), zal deze afspraak in de praktijk voor bijvoorbeeld de bouw niet zo veel uitmaken. Werkgevers hebben al een aantal jaren geleden aangegeven dat ze eigenlijk niet méér premie willen gaan betalen dan ze nu doen. En ook werknemers vinden dat ze eigenlijk al genoeg meebetalen aan hun pensioen (gemiddeld een dag salaris per week). Omdat in de bouw eerder kan worden uitgetreden dan in de meeste andere sectoren is de premie al een van de hoogste. Het grootste deel daarvan wordt door werkgevers betaald. En dat is ook zo in onze andere sectoren.

Werkgevers blijven meebetalen
Werkgevers blijven dus gewoon meebetalen. In het akkoord is ook afgesproken dat het verlagen van de premie als het beter gaat niet langer 'automatisch' gebeurt. Ook dat is belangrijk, want soms zijn problemen ontstaan doordat toen pensioenfondsen er goed voorstonden een lagere premie werd betaald dan eigenlijk was afgesproken.

Waarom moeten pensioenfondsen enig risico nemen?

Geld wordt minder waard door inflatie en sparen levert niet genoeg op. Indexatie betekent dat je pensioen zijn waarde behoudt: zodat je over twintig of veertig jaar in de winkel dezelfde boodschappen kunt kopen als nu.

Indexatie betaalt een pensioenfonds uit de winsten op beleggingen. Daarom beleggen pensioenfondsen. Dit levert meer winst op, maar ook meer risico. Met alleen maar sparen, lukt het niet een zo hoog mogelijk aanvullend pensioen te krijgen.

Een voorbeeld
Een inleg van 100 euro zou in de afgelopen 25 jaar met sparen nu €308 waard zijn. Diezelfde 100 euro zou nu met beleggen €514 waard zijn. Als er door pensioenfondsen alleen was gespaard, zou ons huidige pensioen zo’n 40 procent lager of de premie 70 procent hoger zijn geweest. Dat is niet wat FNV Bouw en onze leden willen.

De risico’s van een nieuwe financiële crisis worden beter afgedekt in het nieuwe pensioenakkoord. Zo krijgen pensioenfondsen meer tijd om hun financiële buffers weer aan te laten groeien. Daardoor wordt de kans kleiner dat pensioenfondsen de pensioenen moeten verlagen of niet kunnen indexeren (waardoor je straks niet dezelfde boodschappen kunt kopen als nu).

Wat wordt er geregeld om oudere werknemers aan het werk te krijgen en te houden?

Ouderenparticipatie

In het pensioenakkoord zijn afspraken gemaakt die er voor moeten zorgen dat oudere werknemers ’fit naar de finish’ kunnen en als ze werkloos zijn weer aan het werk worden geholpen.

  • Er komt een mobiliteitsbonus;
  • Werknemers krijgen een persoonlijk budget om zich bij te scholen;
  • Er zijn afspraken gemaakt om deeltijdpensioen in alle sectoren te bevorderen;
  • Oudere werknemers moeten aan het werk worden geholpen, onder andere door leer- of coachingbanen en stages en betere bemiddeling;
  • Afspraken over vitaliteit, gezondheid en arbeidsomstandigheden, die zijn er vooral op gericht om mensen gezond aan het werk te houden.

Duurzame inzetbaarheid
FNV Bouw vindt deze maatregelen die bijdragen aan duurzame inzetbaarheid van ouderen zeer belangrijk. Denk hierbij aan de vierdaagse werkweek voor 55-plussers in de bouw. Aangetoond is dat deze regeling er de afgelopen jaren toe geleid heeft dat werknemers in de bouw gezonder oud worden en langer kunnen blijven werken.

Juist oudere werknemers lopen het risico om hun baan kwijt te raken, en werkgevers geven hen minder snel een nieuwe kans geven op een baan. Dat moet met deze afspraken verbeteren. Zonder akkoord is van dergelijke afspraken geen sprake.

Waarom is er eigenlijk over een pensioenakkoord onderhandeld?
'De Nederlander' leeft gemiddeld steeds langer. Ook de mensen die in onze sectoren werken. Dat is natuurlijk goed nieuws, maar het betekent wel dat langer AOW en pensioen moet worden betaald dan waarmee rekening is gehouden. En vooral: langer dan waarvoor is gespaard. Daar komt bij dat de financiële crisis duidelijk heeft gemaakt dat de 'schokbestendigheid' van ons pensioenstelsel moet worden verbeterd. Het aantal pensioenen waarop daadwerkelijk is gekort is tot nu toe beperkt gebleven tot enkele duizenden. Maar gepensioneerden hebben over de hele linie inmiddels een soms forse 'indexatie-achterstand' opgelopen (en dus koopkrachtverlies geleden). De recente Euro-crisis onderstreept nog eens de noodzaak om de pensioenen aan te passen.

Het kabinet wilde zowel de AOW als het pensioen “aanpakken”: AOW- en (vroeg)pensioenleeftijd moesten omhoog en pensioenfondsen moesten nog voorzichtiger opereren. Zo voorzichtig dat de pensioenopbouw van werknemers wordt beperkt en de koopkracht van gepensioneerden nog minder op peil kan worden gehouden. Dat kan namelijk alleen als pensioenfondsen mogen beleggen en dus enig risico mogen nemen, zoals nu het geval is. Simpelweg sparen, dat is meer dan eens bewezen, levert te weinig op.

Het was dus nodig om de afspraken over het pensioen bij te stellen, zodat pensioenfondsen voor een goede pensioenuitkering kunnen blijven zorgen. Aangezien pensioen een zaak is van sociale partners hebben vakbonden en werkgevers hierin hun verantwoordelijkheid genomen. Dit heeft tot betere plannen geleid dan het kabinet oorspronkelijk van plan was.

Tot slot: het pensioenakkoord wordt uiteindelijk omgezet in wetten. Daarom moest er met ‘Den Haag’ onderhandeld worden. De afspraken die in het pensioenakkoord staan kan de bond niet aan de cao-tafel regelen.

Wat regelt het pensioenakkoord ten opzichte van de kabinetsplannen?
  • Met de plannen van het kabinet konden we niet stoppen vóór ons 66ste. Met het akkoord kan dat wel.
  • Met de plannen van dit kabinet zouden we géén opslag op de AOW (plus 0,6 procent of 0,43 procent voor alleenstaanden) hebben en zou de AOW minder stijgen. Met het akkoord gebeurt dit wel.
  • Met de plannen van dit kabinet zou de mogelijkheid om te sparen voor vroegpensioen fors worden ingeperkt. Dat zou betekenen dat de vroegpensioenleeftijd minimaal twee jaar zou opschuiven. Met het akkoord blijft er een goede vroegpensioenregeling bestaan.
  • Met de plannen van het kabinet zouden er nóg strengere eisen aan de pensioenfondsen worden gesteld. Nu kunnen vakbonden en werkgevers, binnen afgesproken regels, zelf het pensioencontract vorm blijven geven en afspraken maken over de juiste mix tussen zekerheid over het startpensioen en koopkrachtbehoud daarna.
  • Met de plannen van het kabinet zouden er geen afspraken zijn gemaakt om oudere werknemers fit en met werk de pensioengerechtigde leeftijd te laten halen. Met het akkoord kan dat wel.
Is er iets afgesproken over zware beroepen?

FNV Bouw heeft zich aan het begin van de hele AOW- en pensioendiscussie ingezet voor een aparte zware beroepen-regeling. Binnen de FNV stonden we daarin echter alleen. Anderen die nu zeggen zo met het lot van mensen in zware beroepen begaan te zijn, gaven toen niet thuis. En ook de politiek wilde er uiteindelijk niet aan. Het argument was namelijk dat het niet onbevooroordeeld kan worden vastgesteld welke beroepen 'zwaar' zijn.

De bond heeft er toen op ingezet om in de algemene regeling via een 'omweg' iets voor onze mensen te regelen: het overeind houden van de mogelijkheid om voordat je AOW krijgt met vroegpensioen te gaan èn het mogelijk maken dat mensen ook in de toekomst vanaf 65 AOW kunnen ontvangen.

Met het pensioenakkoord kunnen werknemers nog steeds met vroegpensioen gaan en in de toekomst nog vanaf 65 AOW ontvangen.

Is dit de zoveelste verslechtering? Worden onze belangen nu verkwanseld?

Het pensioen dat mensen nu in bijvoorbeeld de bouw opbouwen is, anders dan vaak wordt gedacht, beter dan 'vroeger'. Beter dan pakweg zo'n 25 jaar terug. Toen ging je bijvoorbeeld op je 25ste pas pensioen opbouwen, nu gebeurt dat zodra je de sector inkomt. Je bouwt nu ook over een groter deel van je inkomen pensioen op.

Het is waar dat de vroegpensioenleeftijd nu hoger ligt dan toen, maar we leven inmiddels gemiddeld wel 2,5 jaar langer. Ook de gemiddelde bouwvakker. De duur van de uitkering is dus min of meer gelijk gebleven. Bovendien is werken in de bouw minder zwaar dan vroeger. Allemaal zaken waar de bond, en zijn leden, hard voor hebben geknokt.

De bond verkwanselt niets
Sommigen zeggen dat we met dit pensioenakkoord de belangen van werknemers ‘verkwanselen’. De bond verkwanselt niets, maar voorkomt juist dat anderen dat doen. In het plan van het kabinet (waarvoor een meerderheid was in de Tweede Kamer) ging de AOW-leeftijd gewoon naar 66 en werden de mogelijkheden voor vroegpensioen fors ingeperkt. Heel slecht voor de mensen in onze sectoren dus. Het pensioenakkoord biedt de mogelijkheid om nog steeds vòòr 65 te stoppen met werken en vanaf 65 AOW te ontvangen. Maar er zijn ook goede afspraken gemaakt zodat pensioenfondsen de mogelijkheid krijgen om de mix tussen zekerheid over het startpensioen en koopkrachtbehoud daarná te kiezen die het beste bij de deelnemers van het fonds in kwestie past. En daarnaast zijn er ook nog eens afspraken gemaakt zodat oudere werknemers gezond en fit “de finish” halen en als ze werklooos zijn weer aan de slag komen.

 

Welk alternatief bieden de tegenstanders van het akkoord?

Goede vraag. De negatieve elementen uit het akkoord in beeld brengen is één ding, wat beters voor elkaar krijgen is iets anders. Natuurlijk zijn er mooiere plannen te bedenken, maar ze moeten wel gerealiseerd worden. Bovendien roepen de tegenstanders van het pensioenakkoord heel hard, maar op een gegeven moment moet je praten en in gesprek gaan.

Er is heel lang onderhandeld, en op de valreep zijn - mede door de inzet van FNV Bouw - nog verbeteringen binnen gehaald. Voldoende om ons ‘nee, tenzij’ in een ‘ja’ om te zetten. De bondsraad speelde daar een belangrijke rol in. Het plan dat nu is aangenomen leidt volgens FNV Bouw tot een fatsoenlijke AOW op 65 en goede afspraken over (vroeg)pensioen en ouderenparticipatie.

 

Is dit akkoord goed of slecht voor jongeren?

Goed nieuws voor de jongeren: we worden steeds ouder, we worden steeds gezonder en willen dus langer actief van ons pensioen genieten. We worden nu vijf jaar ouder dan in de jaren 1950 en 1960, toen het pensioenstelsel er kwam. In de toekomst worden we waarschijnlijk nog ouder. Maar de vergrijzing maakt de AOW wel veel duurder en zorgt ervoor dat de verhoudingen scheef groeien: er komen steeds meer gepensioneerden. Nu zijn er voor elke gepensioneerde vier werkenden, straks zijn dat er nog maar twee. En we moeten er wel voor zorgen dat jongeren in de toekomst ook nog een fatsoenlijke AOW en een fatsoenlijk pensioen krijgen.

Schokbestendig pensioen
Daarom hebben we vorig jaar al afgesproken dat de pensioenleeftijd meestijgt met de levensverwachting. Op deze manier ontvangt iedere generatie, jong en oud, even lang pensioen. Het pensioen wordt in dit akkoord toekomstbestendiger en schokbestendiger, en voorkomt zo dat de kosten de pan uit gaan rijzen en de rekening in de toekomst eenzijdig bij jongeren wordt neergelegd. 

En een schokbestendiger pensioen dat ook in de toekomst houdbaar is, is goed voor de mensen die nu nog pensioen moeten opbouwen én is goed voor de koopkracht.

Het akkoord vergroot in de toekomst de kans op koopkrachtbehoud door indexatie. Dat is goed voor gepensioneerden. Maar ook voor mensen die nog werken, niet in de laatste plaats jongeren. In de middelloonregelingen die we ook in onze sectoren kennen (waarbij je pensioen opbouwt over het inkomen dat je tijdens je loopbaan gemiddeld verdient), is een jaarlijkse stijging van je pensioenopbouw erg belangrijk. Dat wordt ook wel indexatie genoemd. Betere indexatie-kansen zijn dus goed voor oud en jong.

Dat is ook de reden dat zowel de ANBO (de ouderenbond binnen de FNV) als FNV Jong voorstander zijn van het akkoord.

Wat is pensioen? Wat is AOW?

Je inkomen na pensioen bestaat uit twee delen: de AOW, een basisinkomen voor iedereen die met pensioen gaat. Daar bovenop krijg je als je gewerkt hebt pensioen, via je pensioenfonds. Bij FNV Bouw is dat bijvoorbeeld het grote BPF Bouw. Pensioen is een zaak tussen werknemer en werkgever. Je legt zelf de helft tot een derde deel van de premie in, je werkgever stort de rest.

FNV Bouw onderhandelt namens de leden over de pensioenen aan de cao-tafels. Aan de cao-tafel worden afspraken gemaakt over de inhoud van de pensioenregeling, de hoogte van de premie en de verdeling daarvan tussen werkgever en werknemer. Een deel van de onderhandelingsruimte kan daarbij besteed worden aan pensioen.

Kunnen we de pensioenfondsen niet afschaffen, kan ik mijn pensioen niet beter zelf regelen?
Elke paar jaar is er gedoe over de (vroeg)pensioenen. Toch is 'de boel de boel laten' en iedereen het voor zichzelf laten regelen geen oplossing. Je zult dan al heel jong, als je nog helemaal niet over je (vroeg)pensioen nadenkt, geld opzij moeten zetten voor later: geen nieuwe flatscreen-tv kopen dus, maar meer dan 40 jaar van je geld afblijven. Als de bond niks meer over je pensioen regelt, zul je zelf met je werkgever moeten onderhandelen over of-ie meebetaalt en zo ja, hoeveel. Vervolgens moet je met je geld naar een bank of verzekeraar. Anders dan pensioenfondsen moeten die winst maken. Dat doen ze door bij de klant hogere kosten in rekening te brengen. Volgens onderzoek zijn de kosten van verzekeraars wel vier keer zo hoog als van pensioenfondsen. En die kosten betaal jij. Simpelweg sparen tenslotte levert niet genoeg op. De situatie van veel zzp-ers in de bouw, die vaak nauwelijks pensioen opbouwen, zegt eigenlijk genoeg. Met een collectief geregeld pensioen ben je echt beter af!
Ons pensioen is toch het beste ter wereld? Waarom dan al die veranderingen?
Inderdaad: het Nederlandse pensioenstelsel hoort tot de wereldtop, maar zelfs de top bleek niet bestand tegen de gevolgen van de financiële crisis. De fondsen waarbij FNV Bouw betrokken is, zijn tot nu toe redelijk goed uit de crisis gekomen. Maar de dreun was zo groot dat zelfs een goed fonds ook nu geen garanties kan bieden. De afgelopen jaren kon uw pensioen niet meestijgen met de koopkracht. Daarom wil FNV Bouw in de toekomst een betere mix van zekerheid en koopkracht. Met de uitwerking van het pensioenakkoord zouden de fondsen de kredietcrisis beter hebben doorstaan dan nu het geval is.
Hoe nu verder met het pensioenakkoord?

Het pensioenakkoord is aangenomen. De minister van Sociale Zaken moet nu verschillende afspraken in wetgeving uitwerken. Daarna moeten aan de cao-tafel afspraken worden gemaakt over het aanvullend pensioen. Vervolgens moeten de pensioenfondsen dat invoeren. Daarbij zullen we nog voor diverse lastige keuzes komen te staan. Die zullen ook afhangen van hoe het pensioenfonds ervoor staat. FNV Bouw wil het niet mooier maken dan het is. Het pensioenakkoord en de stijgende AOW-leeftijd hebben gevolgen voor uw pensioen. Over het algemeen (er zijn verschillen per persoon) zult u wat langer door moeten werken om op dezelfde pensioenuitkering uit te komen. Maar door het pensioenakkoord zijn de gevolgen hiervan een stuk minder ingrijpend dan met de kabinetsplannen. Bovendien kunt u door het pensioenakkoord ook in de toekomst zélf het moment bepalen dat u met (vroeg)pensioen gaat.

FNV Bouw realiseert zich dat de afspraken in het pensioenakkoord geen 'automatisme' zijn. Er is nog het nodige 'werk aan de winkel'. Wij gaan er op inzetten om in onze cao’s en aan de pensioentafels goede afspraken voor u te maken. Onze leden zullen daarbij ook zelf keuzes moeten maken. Dankzij het akkoord kún je nu zelf kiezen. En dat past in de filosofie van FNV Bouw: mensen in staat stellen hun eigen keuzes te maken.

Ik vind het allemaal erg ingewikkeld, wie gaat mij in de toekomst helpen?
Het pensioenakkoord is ook ingewikkeld, we zullen de komende jaren dan ook veel informatie aan u gaan verstrekken. Dat zullen de pensioenfondsen doen, maar vooral óók uw bond, FNV Bouw. Houdt dus de website goed in de gaten, en de informatie die u van FNV Bouw via het sectorblad ontvangt. En vergeet daarbij de informatie van uw pensioenfonds niet.

En net zoals de afgelopen jaren, zullen we ook de komende jaren weer vaak het land intrekken om informatie te geven. Wij hopen u op een van die bijeenkomsten of op de werkvloer te ontmoeten. En met uw vragen kunt u natuurlijk ook altijd terecht bij onze helpdesk of bij een van onze vakbondsconsulenten.



Lidmaatschap
Word nu lid van FNV Bouw
Pensioenplannen
Ik baal van de onduidelijkheid rond de pensioenplannen van de Kunduzcoalitie
Ja
Nee
stem!