FNV Bouw maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie. Sluiten

 Pensioen 

Pensioen 

Werkloos: wees pensioenbewust en wat móet je nu doen:


Algemeen:
De meeste werknemers, in elk geval de werknemers die werkzaam zijn in de sectoren die FNV Bouw organiseert, vallen onder een pensioenregeling: zolang je werknemer bent bouw je pensioen op volgens de regeling die geldt voor jouw werkgever.
Dus: als je dienstverband stopt, de reden maakt niet uit, dan stopt ook in principe je pensioenopbouw. Dat wat je hebt opgebouwd blijft wel bestaan, maar als je langer werkloos bent dan kan het niet verder opbouwen van ouderdomspensioen een extra nadeel opleveren op langere termijn, bijvoorbeeld als je daardoor niet meer voldoet aan bepaalde voorwaarden voor vroegpensioen, of als daardoor je nabestaandenpensioen is afgelopen bij het einde van je dienstverband.
Er zijn een aantal uitzonderingen en bijzondere situaties waarover we je hier informeren, én je kunt ook zelf wat doen aan je verdere pensioenopbouw.

Oudere werkloze werknemers
Arbeidsongeschikte werkloze werknemers
Vrijwillige voortzetting
Nabestaandenpensioen
Waarde-overdracht
 
Vereniging van Bedrijfstakpensioenfondsen
Pensioenkijker

Oudere werkloze werknemers:

Ben je bij aanvang van je werkloosheid – ouder dan 40 jaar én heb je recht op een loongerelateerde WWuitkering: dan wordt je pensioenopbouw voor een groot deel voortgezet door het Fonds Voorheffing Pensioenen (FVP). Het fonds is niet onbeperkt: voorlopig kan elke werkloze die voldoet aan de voorwaarden én die werkloos wordt voor 1 januar 2011 deze bijdrage ontvangen.
NB: de verdere opbouw door het FVP gaat altijd alleen over het ouderdomspensioen (na 65 jaar): het fonds kan niet bijdragen aan voortzetting van eventuele vroegpensioenaanspraken (zoals aanvullings- of andere garantieregelingen). Wil je aanspraken op die regelingen toch houden, dan kan dat vrijwel altijd via vrijwillige voortzetting. In het hoofdstukje over vrijwillige voortzetting lees je hier meer over.
 
Wat moet je doen: Het FVP stuurt, zodra je je hebt ingeschreven bij het UWV voor een WW uitkering, een aanvraagformulier toe. Dat formulier moet je zelf binnen 8 weken ingevuld terugsturen naar het FVP. Dan wordt jou verzoek tot verdere bijboeking door het FVP beoordeeld. NB: stuur je het formulier niet terug, dan mis je deze bijdrage! Voor het FVP geldt dat over de eerste 180 dagen van werkloosheid geen bijdrage wordt geleverd. In een aantal van onze sectoren kan je bij bedrijfstakfondsen een aanvraag indienen om die periode ook te laten betalen.

Bovendien: bij arbeidsongeschikheid (bijv. WIA of ZW) tijdens werkloosheid heb je geen recht op de FVP bijdrage.
Kijk voor meer informatie: www.fvp.nl

Arbeidsongeschikte werkloze werknemers:

Als je al langdurig arbeidsongeschikt bent tijdens je werk en je wordt ontslagen, dan geldt in een groot aantal pensioenregelingen dat je pensioenopbouw verder premievrij wordt voortgezet. Elk fonds heeft hiervoor zijn eigen voorwaarden. Sommige fondsen kennen ook een invaliditeitspensioen: een aanvulling op je uitkering tijdens arbeidsongeschiktheid.

Wordt je tijdens je werkloosheid ziek (dus nádat je dienstverband is beëindigd) dan is er vrijwel nooit recht op verdere pensioenopbouw. In dat geval kan het zinvol zijn om je pensioen vrijwillig voort te zetten.
Zie hieronder bij vrijwillige voortzetting, want daarvoor gelden bijzonder regels.
Wat moet je doen: Vraag bij arbeidsongeschiktheid informatie op bij je pensioenfonds en laat je adviseren door je vakbondsconsulent.

Vrijwillige voortzetting:
De meeste pensioenfondsen kennen de mogelijkheid om de opbouw van het pensioen nadat het dienstverband met de werkgever is beëindigd, toch voort te zetten via zogenaamde vrijwillige voortzetting. Iedere werkloze moet zelf beoordelen of het zinvol is om zijn pensioen vrijwillig voort te zetten.
Dat is vooral van belang voor 1) arbeidsongeschikte werklozen en 2) mensen die nog gebruik kunnen maken van zogenaamde overgangsregels voor vroegpensioen. want: via het FVP (zie hiervoor) wordt alleen het ouderdomspensioen (na 65 jaar) in een aantal situaties voortgezet. premies voor overgangsregelingen van het vroegpensioen vallen daar niet onder!, die moet u dus zelf voortzetten.
Ook jongere werklozen doen er verstandig aan om een afweging te maken om wel of niet vrijwillig voort te zetten: op korte termijn zijn de kosten hoog, terwijl je inkomen tijdens WW veel lager is, tegenover een hoger ouderdomspensioen op langere termijn.

* Termijn vrijwillige voortzetting: u moet snel handelen: een verzoek voor vrijwillige voortzetting moet binnen drie maanden na het begin van uw werkloosheid bij het pensioenfonds waaronder u viel binnen zijn. Overschrijding van deze termijn kan vrijwel nooit meer worden hersteld.
Een aantal fondsen hanteren speciale aanvraagformulieren.
* Kosten vrijwillige voortzetting: Tijdens de periode van vrijwilige voortzetting betaalt u zelf de premie voor zowel het werknemers- als het werkgeversdeel. Dat kunnen dus nogal hoge kosten zijn. Een aantal pensioenfondsen hebben hiervoor berekeningsprogramma’s ontwikkeld, zodat u weet wet het kost (én wat het uiteindelijk oplevert).


Nabestaandenpensioen:
Er zijn twee soorten nabestaandenpensioen: 1) die waarbij je partner/nabestaandenpensioen spaart (opbouw) en 2) die waarbij je partnerpensioen verzekert  (op risicobasis).
Bij soort (2) bouw je dus geen recht op, het is een soort verzekering zolang je baan duurt: eindigt je baan, bijvoorbeeld omdat je elders gaat werken, dan eindigt ook het recht op nabestaandenpensioen.
Maar, sinds 1 januari 2007 geldt de nieuwe Pensioenwet. Juist voor gevallen van werkloosheid is een bepaling opgenomen waarin staat dat in geval van werkloosheid én een nabestaandenpensioen in de oude regeling  op risicobasis, er  bij het overlijden van de werkloze toch recht bestaat op een partnerpensioen (artikel 55 lid 5 Pensioenwet).
NB: als je weer aan de slag gaat bij een bedrijf dat een nabestaandenpensioen op opbouwbasis heeft, dan is het verstandig je te laten informeren over hoe je het nabestaandenpensioen toch ook bij aanvang van je werk op een goed niveau kan krijgen: je hebt dan immers nog vrijwel niets opgebouwd. In vrijwel alle gevallen kan je dan een stukje van je ouderdomspensioen laten omzetten in nabestaandenpensioen.


Waarde-overdracht:
Al jaren hebben werknemers het wettelijk recht om de waarde van hun individueel opgebouwde pensioenen, bij wijziging van werkgever en dito pensioenregeling, over te dragen naar de nieuwe pensioenregeling bij de nieuwe werkgever.
Bij waarde overdracht worden er nieuwe pensioenrechten ingekocht bij de pensioenregeling waar je bij aansluit.
In veel gevallen is dat gunstig, maar niet altijd, dat is afhankelijk van de inhoud van de beide regelingen. Soms kan het zelfs gunstiger zijn om de waarde van het opgebouwde pensioen bij de oude pensioenuitvoerder te laten staan.
Bij een baanwisseling, is het wel altijd verstandig om even stil te staan bij deze mogelijkheid.
Nu is er de financiële crisis en dat heeft ook gevolgen voor de mogelijkheid van waarde-overdracht.

De achtergrond hiervan luidt als volgt: als waarde-overdracht plaatsvindt, dan word er vermogen onttrokken aan het vermogen van het pensioenfonds. Anderszijds verliest degene die de waarde overdraagt – uiteraard – dan ook het recht op een uitkering uit dat fonds. Maar op korte termijn betekent waarde-overdracht in elk geval dat het vermogen van een fonds vermindert. Dat vermogen hebben ze op zo’n moment juist hard nodig.
Aan het wettelijk recht van werknemers tot waarde-overdracht is één bijzondere uitzondering die op dit moment actueel is: als de zogenaamde “dekkingsgraad” van het pensioenfonds waarvan je wilt overdragen lager is dan 100%, dan mag het pensioenfonds niet meewerken aan de waarde overdracht: immers, bij de overdracht wordt het vermogen van een fonds nog lager. En bij pensioenfondsen gaat het om vele verzoeken tot waarde-overdracht. Bij grotere aantallen verzoeken zou dit dus de financiële positie van fondsen dus zelfs nog verder kunnen verslechteren.

In onze sectoren is bij de meeste fondsen op dit moment sprake van een lagere dekkingsgraad dan 100%.
Actuele informatie hier over kunt u bij de meeste fondsen op hun web-sites en klantenservices opvragen.
Let wel: Vanwege dit wettelijk verbod op waarde-overdracht zijn de aanvragen voor waarde –overdracht opgeschort: zodra het pensioenfonds weer in een positie verkeert dat zijn dekkingsgraad weer boven de 100% is gekomen, dan moeten de verzoeken alsnog worden gehonoreerd.
Om te voorkomen dat door ineens aan een groot aantal verzoeken te moeten voldoen, de dekkingsgraad weer onder de 100% keldert en er een jojo-effect ontstaat, hebben de meeste fondsen het beleid geformuleerd, dat hun dekkingsgraad tenminste drie maanden weer boven de 100% moet zijn, voor ze weer beginnen met het uitvoeren waarde-overdrachten.

NB: het indienen van een verzoek tot waarde-overdracht  moet binnen zes maanden na aanvang van het deelnemerschap bij het nieuwe pensioenfonds worden ingediend.


Disclaimer: aan deze tekst kunnen geen rechten worden ontleend

 


 

Publicatiedatum: 28-10-2009



Lidmaatschap
Nu direct lid worden
Knap werk!
Knap werk!