In de nieuwe cao Bouwnijverheid 2011 is afgesproken om de lonen van BBL 2 leerlingen te verlagen. FNV Bouw realiseert zich dat een dergelijke afspraak absoluut gevoelig ligt. Wij willen u daarom graag meenemen in onze overwegingen en de achtergronden van de afspraak toelichten.
Allereerst de afspraak zelf. Het eerste half jaar van de opleiding gaan leerlingen minder verdienen. Dit is op zich niet nieuw. Nu ontvangen leerlingen de eerste drie maanden een weekloon gebaseerd op 25 uur. De periode is opgerekt met 3 maanden. Na deze periode krijgen leerlingen voortaan 38 uur uitbetaald in plaats van 40 uur. De vermindering van twee uur staat gelijk aan 5% loonsverlaging. Op zich ook niet vreemd, omdat leerlingen 32 uur per week praktijkervaring opdoen en doorgaans 6 uur theorie. Vervolgens stromen leerlingen gewoon weer in de huidige loonschalen in.
Let wel, de afspraak geldt alleen voor de nieuwe instroom van leerlingen (BBL 2) vanaf 1 januari 2011. Dus de toekomstige leerlingen krijgen er mee te maken, de huidige leerlingen raakt het niet.
Toch kunnen wij ons goed voorstellen dat u zich afvraagt welk effect dit gaat hebben op de instroom van leerlingen. Blijft de bouw wel aantrekkelijk voor jongeren? Kunnen we wel voldoen aan de toekomstige vraag aan vaklieden? Allemaal vragen die wij onszelf ook hebben gesteld. En we kunnen alleen maar realistisch zijn. Tijdens de recessie is de instroom van leerlingen bijna gehalveerd. Werkgevers hebben geen werk voor leerlingen en vinden ze te duur. Als gevolg daarvan zie je nu dat werkgevers wel BOL leerlingen aantrekken. Zij zijn immers met een stagevergoeding goedkoper. Ook zijn er allerlei concurrerende BOL/BBL varianten ontstaan. En werkgevers wijzen naar de lagere beloning in andere sectoren, zoals de metaalsector. Maar ze benadrukken vooral het verschil tussen het Wettelijk Minimum Loon (WML) en de beloning in de bouw. De BBL leerlingen in de bouw verdienen gemiddeld 86% meer dan het WML. Een aantal leeftijdsgroepen verdient zelfs twee keer het WML.
Met de huidige ingreep, hebben we onze concurrentiepositie niet weggegeven en proberen we onze unieke BBL opleidingsstructuur overeind te houden. We hebben gekozen voor een maatregel om de instroom te bevorderen en werkzekerheid te verbeteren. Onze leden stellen hier de hoogste prioriteit aan, zo is gebleken uit de cao enquête die voorafgaand aan de cao onderhandelingen is gehouden.
Maar waarom hebben we dan geen tijdelijke maatregel getroffen, zult u denken? Naar verwachting trekt de arbeidsmarkt over twee jaar weer aan. Jonge vakkrachten zijn dan hard nodig, ook al omdat het aantal ouderen in de sector sterk oploopt. Wel nu, we hebben als bedrijfstak nog met een tweede probleem te kampen. De laatste jaren zijn de inkomsten bij het O&O-fonds drastisch gedaald. Dit komt door het teruglopend aantal werknemers in de bedrijfstak. Een ontwikkeling die al enige tijd gaande is. De afname is een gevolg van de groei van het aantal ZZP-ers en flexibele arbeidskrachten. Voor hen draagt de werkgever geen premie af. Net als voor de groeiende groep van UTA-personeel. Door de economische recessie is daar nog eens een toename van het aantal werklozen bijgekomen. En onder invloed van deze slechte tijden hebben we te maken met tegenvallende beleggingsresultaten. Kortom, bezuinigingen moeten de inkomsten en uitga ven weer in balans krijgen.
Maar wat heeft dit alles te maken met de aanpassing van de BBL lonen? Een groot deel van de bijdrage aan het O&O-fonds wordt gebruikt voor het opleiden van leerlingen binnen onze bedrijfstak. Werkgevers (samenwerkingsverbanden/opleidingsbedrijven en individuele leerbedrijven) ontvangen tegemoetkomingen per leerling (BBL). Zo worden ze gecompenseerd in de loonkosten voor een leerling. Deze zogenaamde tegemoetkomingsgelden moeten vanaf 2011 behoorlijk omlaag als gevolg van de tekorten in het O&O-fonds. Hiermee zouden leerlingen nog duurder worden voor werkgevers. In feite prijzen we leerlingen dan ‘uit de markt’ en zal de instroom nog verder ‘opdrogen’. Dit effect willen we voorkomen door tegelijkertijd de lonen voor BBL 2 leerlingen, die vanaf 2011 de opleiding aanvangen, aan te passen. Zo blijven leerlingen een aantrekkelijke investering voor werkgevers.
FNV Bouw hoopt hiermee achtergrond van onze overwegingen te hebben verduidelijkt. Mocht u desondanks nog met vragen zitten, mail deze dan naar caobouw@fnvbouw.nl