Ouderdomspensioen 

Ouderdomspensioen 

Het ouderdomspensioen bestaat uit drie delen: de AOW, de pensioenuitkering vanuit de bedrijfstak en individuele aanvullingen.


De Algemene Ouderdomswet

Een uitkering voor iedere inwoner van Nederland, die de 65 jaar bereikt heeft. Voor een volledige uitkering moet iemand wel van zijn vijftiende tot zijn 65e in Nederland gewoond hebben. Anders ontvangt iemand geen volledige AOW. Dan geldt een verdeelsleutel, waarbij de jaren dat iemand elders heeft gewoond, worden afgetrokken. Voor die mensen dreigt een pensioengat.


De pensioenuitkering

De afspraken over de pensioenuitkering zijn een aanvulling op de AOW voor werknemers in een bepaalde bedrijfstak. De pensioenuitkering is onderdeel van de cao die de bond met de werkgevers overeenkomst.
Een bedrijf dat in een bepaalde sector werkt, is meestal verplicht aangesloten bij een pensioenfonds van die sector. Zo is bijvoorbeeld een bouwbedrijf verplicht aangesloten bij het Bedrijfstakpensioenfonds voor de Bouw (BPF Bouw). In het bestuur van een Bedrijfstakpensioenfonds zitten vertegenwoordigers van werknemers (vakbonden) en werkgevers.

U bouwt zelf uw pensioen op. In de pensioenuitkering wordt rekening gehouden met een AOW-uitkering. Daarom wordt over een bepaald bedrag per jaar (meestal gerelateerd aan de bruto AOW-uitkering per jaar, maar het verschilt per bedrijfstak) geen premie betaald en over dit bedrag ook geen pensioen opgebouwd. Dit wordt ook wel franchise genoemd. De pensioenuitkering, inclusief AOW en bij een volledige pensioenopbouw, is ongeveer 70 procent van het gemiddelde inkomen en wordt jaarlijks verhoogd (geïndexeerd). Het streven van de bond is dat de indexatie gelijk oploopt met de lonen, maar de financiële positie van pensioenfondsen laat dat niet altijd toe.

De inhoud van de pensioenregeling, hoeveel u opbouwt en wat de franchise (in de bouw  'bodemloon' genoemd) is, verschilt per bedrijfstak.


Individuele aanvullingen

Sinds 1 januari 2006 is de Wet vut, prepensioen en levensloop van kracht. Sindsdien is het voor mensen geboren na 1949 fiscaal zeer onaantrekkelijk om een vut- en prepensioenregeling te hebben. De pensioenfondsen hebben daarom hun regelingen aangepast. Werknemers geboren voor 1950 vallen nog onder de oude regelingen.

Sinds 1 januari 2006 is het ook mogelijk om gebruik te maken van de levensloopregeling. Dit is een soort spaarregeling, waarbij men kan sparen om bijvoorbeeld het ouderschapsverlof, dat meestal onbetaald is, betaald te krijgen. Ook kan levensloop gebruikt worden om eerder met pensioen te gaan. In sommige sectoren, zoals in de bouw, zijn er afspraken gemaakt over levensloop. Het is een individuele beslissing om al dan niet deel te nemen aan levensloop.

Daarnaast bieden diverse verzekeraars lijfrente en koopsompolissen ter aanvulling op het pensioen aan. De laatste jaren is de belastingwetgeving zodanig aangescherpt dat dit niet meer zo aantrekkelijk is. Voor mensen met een pensioengat is het echter wel belangrijk dat zij voor een individuele aanvulling kiezen.

 

Meer informatie

Op fnv.nl:
www.fnv.nl/helpjezelf/senior/aow_pensioen/info_over_aow-anw_en_pensioen.asp
en op www.pensioenkijker.nl 

--

 

--

Publicatiedatum: 04-02-2008



Lidmaatschap
Nu direct lid worden
FNV Bouw
Belastingservice