FNV Bouw maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie. Sluiten

 Vakantiebon wordt hoger belast, maar inkomen blijft gelijk 

Vakantiebon wordt hoger belast, maar inkomen blijft gelijk

Terug naar het overzicht Het ministerie van Financiën heeft besloten de belastbaarheid van de vakantiebon te verhogen. Onderhandelingen van de bonden met het ministerie hebben er echter toe geleid dat die verhoging beperkt zal blijven. De komende jaren wordt de belastbaarheid steeds met kleine stapjes verhoogd. Volgend jaar wordt de eerste stap gezet. Vakantiebonnen komen onder andere voor in de bouw, bij de schilders en de timmerfabrieken.Bijna een jaar geleden ontstond er tumult over de vakantiebon. Enkele werknemers van de belastingdienst stapten naar de rechter en eisten een lagere belasting over hun vakantiegeld. Ze voerden daarbij aan dat ze gelijk behandeld wilden worden als werknemers die in plaats van een jaarlijkse vakantietoeslag vakantiebonnen krijgen. Dat was voor het ministerie van Financiën extra aanleiding om de vakantiebon weer eens onder de loep te nemen. Maar het voornemen om de vakantiebon zwaarder te belasten dateert al van 1990. Daarover was de Bouw- en Houtbond FNV al met het ministerie in gesprek. Vakantiebonnen worden door de Belastingdienst al sinds jaar en dag apart behandeld. Nog in 1990 werd er in overleg met het ministerie van Financiën bewust voor gekozen om de vakantiebon slechts voor 75 procent te belasten. De bond vindt het terecht dat over de vakantiebon minder belasting betaald hoeft te worden. Door het vakantiebonnensysteem betalen werknemers bijvoorbeeld vooraf belasting en dat levert een rentenadeel op. Een lagere belasting compenseert dat nadeel. Maar de laatste jaren is het belastingstelsel flink gewijzigd. Zo heeft de operatie Oort er voor gezorgd dat de verschillen tussen werknemers met en zonder vakantiebonnen veel kleiner zijn geworden. De bond vindt het daardoor niet onredelijk dat de vakantiebon voor meer dan 75 procent wordt belast. Vakantiebonnen leveren nu een onevenredig voordeel op. Maar een belastbaarheid van 100 procent, zoals het ministerie eerst wilde, gaat weer veel te ver.Het resultaat van de onderhandelingen is dat vanaf 1 januari 1999 de belastbaarheid, die nu 75 procent is, elk jaar met 2,5 procent wordt opgevoerd. In het jaar 2004 is die dan op 90 procent gekomen. De werknemers merken de eerste jaren niets van de verhoging van de belastbaarheid. Dat komt omdat de belastingtabellen voor vakantiebongerechtigden worden aangepast. Dat is nodig omdat die tabellen zijn gebaseerd op 47 loonweken, terwijl bouwvakkers over minder dan 47 weken per jaar loon ontvangen. Die aanpassing maakt de hogere belastbaarheid voor een belangrijk deel goed. Pas vanaf 2001 merkt de werknemer de hogere belastbaarheid in zijn portemonnee: dat bedraagt het belastbaarheidseffect 77,5 procent en dat is meer dan de huidige 75 procent. Maar zo ver wil de bond het niet laten komen. De bonden zullen bij de cao-onderhandelingen voorstellen doen om te komen tot een compensatie voor werknemers. Uitgangspunt is dat de werknemers er niet op achteruit mogen gaan. In het najaar van 2004 zullen sociale partners met het ministerie de nieuwe regeling evalueren. Overigens staat het vakantiebonnensysteem als zodanig niet ter discussie. Het ministerie van Financiën heeft het belang van het systeem nog eens benadrukt. Het systeem biedt de werknemers zekerheid over uitbetaling van het opgebouwde vakantiegeld, ook als zij regelmatig van werkgever zouden wisselen.
Publicatiedatum: 17-11-1998



 

Koopkracht echte banen
Koopkracht en echte banen