Decent Work is een (meerjaren)campagne van de Internationale Arbeidsorganisatie ILO om aandacht te vragen voor internationale arbeidsverdragen. Binnen de vakbeweging wordt er op internationaal niveau (IVV), op Europees niveau (EVV) en op nationaal niveau (FNV) vorm en inhoud aan gegeven.
Als de vier pijlers van Decent Work kunnen worden genoemd:
1. Fundamentele arbeidsnormen
2. Werkgelegenheid
3. Sociale bescherming
4. Sociale dialoog.
FNV en FNV Bouw zien Decent Work als antwoord op globalisering, het geeft aan welke visie wij hebben op waardig werk en het verbindt nationaal en internationaal werk met elkaar. Fnv Bouw zet zich onder meer in voor verbetering van Flexwerk in de diverse sectoren en verzet zich tegen de negatieve gevolgen van Marktwerking.
Op 6 maart 2009 organiseerde de FNV Company Monitor een internationale Decent Work conferentie, in samenwerking met de divisies van FNV Bondgenoten en met medewerking van FNV Bouw, FNV, en de internationale chemiebond ICEM. De focus van de conferentie zal liggen op de gevolgen van flexibilisering voor werknemers en vakbonden en op hoe vakbonden internationaal concreet kunnen samenwerken om de gevolgen het hoofd te bieden.
In overleg met de afdeling Internationale Zaken en met FNV Bouw is besloten om deze conferentie te laten samenvallen met de traditionele internationale dag van FNV Bondgenoten en FNV Bouw. Het thema decent work (gewoon goed werk) en met name flexibilisering zijn erg relevant voor het internationale projectenwerk. Het combineren van de twee conferenties geeft ons de kans om ons publiek dat gewoonlijk naar de internationale dag komt een inhoudelijk erg interessante dag te kunnen bieden en het publiek dat naar de decent work conferentie komt krijgt daarnaast ook de kans om deelgenoot te worden van het projectenwerk van FNV Bondgenoten en FNV Bouw.
Conclusies conferentie:
Wereldwijd is ‘Decent Work’ (gewoon goed werk) een centraal thema voor de internationale vakbeweging. Iedere werknemer zou waar ook ter wereld de kans moeten krijgen op ‘gewoon goed werk’. Met onvaste contracten en bij afwezigheid van een collectieve vertegenwoordiging door een vakbond weten werknemers nooit zeker of er de volgende dag nog werk en inkomen is. Ook in de bouw- en houtsector in Nederland neemt de flexibilisering van de arbeidsmarkt sterk toe. Met als gevolg steeds minder baanzekerheid en verslechterende arbeids-omstandigheden voor steeds meer flexwerkers. Dit werd eens te meer duidelijk op de onlangs (6 maart 2009) door FNV Bondgenoten en FNV Bouw georganiseerde internationale Decent Work conferentie in Utrecht. Bijna 200 deelnemers, waaronder ook een aantal internationale vakbondsvertegenwoordigers uit onder meer Afrika, India en Zuid-Amerika, wisselden ervaringen hierover uit. Belangrijkste conclusies waren het internationaal nog beter onder de aandacht brengen van teveel misstanden op dit gebied en het blijvend proberen af te dwingen van het recht op eigen vakbondsorganisatie. In Nederland is dit recht gewoon, maar ook hier blijkt dat de toename van flexarbeid tot steeds meer misstanden leidt. FNV Bouw blijft dan ook van mening dat de verdergaande flexibilisering de arbeidsmarkt in de bouw- en houtnijverheid structureel zal ontwrichten. In al onze sectoren, de ‘bouwkant’ voorop, wordt steeds meer werk verricht door flexkrachten. Daar zijn zowel de flexwerkers als de vaste werknemers niet bij gebaat. Zo betekent een doorschietende flexibilisering dat ook het draagvlak onder collectieve regelingen wordt aangetast. De onbegrensde flex past niet bij de duurzame sectoren waar FNV Bouw voor staat: sectoren waarin veel van mensen wordt gevraagd, maar waarin diezelfde mensen daar veel voor terugkrijgen: goede arbeidsvoorwaarden en –omstandigheden, met zekerheid en perspectief!