Open brief aan minister Donner 

Open brief aan minister Donner 

Breder onderzoek onderbenutting bevoegdheden OR'en  

 Woerden, 30 maart 2009.

Geachte heer Donner,

Medezeggenschap is een groot goed; democratie in het algemeen en inspraak van werknemers in het bijzonder. FNV Bouw draagt de medezeggenschap een warm hart toe en vindt dat er in elk bedrijf een Ondernemingsraad (OR) c.q. Personeelsvertegenwoordiging (PVT) moet zijn. Daarnaast dient medezeggenschap ook de ruimte te krijgen die het nodig heeft om kwalitatief goed zijn werk te kunnen doen. FNV Bouw stimuleert de medezeggenschap al jaren, via tal van activiteiten en inzet van personeel.

Ook de regering pakt de draad rond het verbeteren van medezeggenschap weer op. In uw brief aan de 2e Kamer van 9 juli 2007 berichtte u dat het kabinet in 2009 de discussie over de toekomst van medezeggenschap weer zou voeren. FNV Bouw zou graag zien dat in dit debat ook eerder gesignaleerde knelpunten worden meegenomen.

Onderzoek bij concerns
Inmiddels hebben we begrepen dat de heer Rienk Goodijk, hoogleraar aan de Rijksuniversiteit van Groningen, onderzoek gaat doen naar onderbenutting van de (C)OR-bevoegdheden. Uit nadere publicaties trekken we de conclusie dat dit onderzoek zich vooral richt op onderbenutting van OR-rechten bij grote beurs genoteerde ondernemingen en dan vooral op het gebied van strategisch beleid. 

FNV Bouw vindt dit een merkwaardige zaak. Een mogelijk argument dat deze onderzoekskeuze voorkomt uit het SER-advies “Evenwichtig Ondernemingsbestuur” vinden we niet ter zake doende. U heeft de 2e Kamer beloofd de medezeggenschap nader onder de loep te nemen, dan dient dit in al zijn breedheid te gebeuren. Niet alleen COR-en in concerns gebruiken ons inziens het OR-gereedschap niet geheel, onderbenutting komt juist voor bij de middelgrote- en kleine bedrijven en op meerdere onderwerpen. Hoofdvraag is hoe dit komt en hoe dit op te lossen.

Knelpunten
Uit de evaluatie van de WOR in de 2003 en 2004 zijn diverse knelpunten rond medezeggenschap naar voren gekomen. Over deze knelpunten en de signalering daarvan bestaat brede consensus. Leggen we daarnaast het oor te luister bij OR-leden en vakbondsbestuurders dan zijn de knelpunten en hun commentaar in acht thema's samen te vatten.

1. Faciliteiten - te weinig tijd, voorzieningen, compensatie, ondersteuning, deskundige begeleiding en scholing.
Het eigen werk blijft vaak liggen en moet worden ingehaald. Steeds meer onderwerpen komen op het bordje van de ondernemingsraad. Rechten moeten veel te vaak verdedigd worden. Er zijn verschillen. Bij een woningbouwvereniging kan gemakkelijker e-mail en papier gebruikt worden en vergaderd dan bij een schildersbedrijf. Maar het inhuren van adviseurs bijvoorbeeld gebeurt over de gehele linie te weinig.

2. Stoffig beeld OR - veelal mannen en vaak 40-plus.
Hierdoor weinig aandacht voor positie van vrouwen, allochtonen en jongeren. Gevolgen: lage opkomst bij verkiezingen - te weinig kandidaten - automatisch herkiezing zittende leden - bevestiging stoffig imago. Verder bestaat dit beeld uit “de OR heeft toch geen invloed”, “wordt niet serieus genomen door het management”en wordt pas op het laatst moment ingeschakeld. Gevolg: gebrek aan kandidaten en enthousiasme.   

3. Achterban ver weg - voor contacten met het personeel biedt de wet geen gereedschap.
Bovendien wordt van de beschikbare uren weinig gebruik gemaakt. De OR schakelt te weinig de achterban in of zwicht voor bezwaar van de bestuurder.

 4. Informatiegebrek - te weinig, onvolledig en te laat.
Gegevens komen mondjesmaat en zijn soms pas compleet als de besluiten al genomen zijn. Ook bij adviesaanvragen ontbreekt veelal informatie. De OR moeten trekken en sleuren om meer cijfers boven water te krijgen. Vaak horen wij over een adviesaanvraag: “Hier staat niks in.” 

5. Onvoldoende invloed - slechts een kwart van de ondernemingsraden meent echt invloed te hebben op de besluiten.
De meeste OR-en worden pas ingeschakeld als het voorgenomen besluit in praktijk al definitief is en de bestuurder “nog even langs de OR moet”.

6. Te weinig bevoegdheden -  met de mondialisering van de economie en het wegvallen van de grenzen in Europa komen nieuwe thema’s de bedrijven binnen gewaaid.
Vele onderwerpen worden niet gedekt door de limitatieve opsomming van het advies- en instemmingsrecht. Denk bijvoorbeeld aan het inzetten van werknemers uit Midden- en Oost-Europa, nieuwe type overnames, opknippen van bedrijven, besluiten die in het buitenland worden genomen,  enzovoorts.   

 7. Personeelsvertegenwoordiging mislukt – de wetswijziging van 1998 is in de praktijk voor kleine bedrijven een misser gebleken.
Een ondernemingsraad werd verplicht bij vijftig werknemers (was honderd). Bij kleinere bedrijven (tot tien werknemers) kwam een personeelsvertegenwoordiging met weinig rechten. Tenminste als een meerderheid van het personeel daarom verzocht. In slechts  15 procent van die bedrijven is een PVT. En waar die er wel is horen wij vaak dat het overleg moeizaam verloopt.

8. Tegenwerkend management - naast ondernemers die medezeggenschap zien zitten zijn er teveel managers die de OR lastig vinden, remmend, onnodig of op zijn minst “een lastig te nemen hobbel”. 

In veel bedrijven en instellingen functioneert de medezeggenschap beter of krijgt het die plek die het verdient maar al met al houden bovengenoemde knelpunten de groei van medezeggenschap tegen. En het bevordert niet de animo van de zich voor het bedrijf in willen zetten kandidaat OR-leden.

Oplossingen
Bij de evaluatie van de WOR heeft de FNV uw voorganger een rapport ( ”Evaluatie Wet op de ondernemingsraden, FNV, maart 2003) met aanbevelingen doen toekomen die nog steeds relevant zijn. Een greep uit de voorstellen.

-        Verbetering rechten flex-werkers
-        Synchronisatie OR-verkiezingen
-        Terugdringen werkdruk OR door daadwerkelijk inroosteren OR-tijd en uitbreiding OR-uren
-        Betere regeling medezeggenschap bij overgang onderneming
-        Agenderingsrecht achterban
-        Actualisering adviesrecht
-        Schrappen buitenlandclausule
-        Verbetering positie OR bij surseance van betaling en faillissement
-        Actualisering instemmingsrecht
-        Recht OR op laten houden van enquête (enquêterecht)
-        Verbeteringen rechten en positie PVT.

Deze oplossingen kunnen ons inziens een bijdrage leveren aan het beter gebruik van de bevoegdheden.

Breder aanpak
Maar er is meer nodig. Ten eerste richt het onderzoek van Goodijk zich louter op de concerns. Wij zijn van mening dat de onderbenutting van de OR-bevoegdheden bij vooral de MKB-bedrijven object van onderzoek dient te zijn. En dan vooral op de vraag waardoor die onderbenutting wordt veroorzaakt en hoe dat is terug te dringen.  Vraag: wilt u in 2009 hier onderzoek naar laten doen?

Ten tweede dienen we de discussie over het bevorderen van medezeggenschap niet te versmallen tot de onderbenutting van OR-gereedschap. Er zijn tal van zaken die in de WOR kunnen worden verbeterd.
Zie daarvoor onze eerdere opmerkingen.  Wilt u daar in 2009 ook aandacht aan schenken?

Ten derde blijkt uit onderzoek dat het welslagen van medezeggenschap in praktijk ook sterk afhangt van de houding van het management naar de medezeggenschap. Bij een bestuurder die weinig ziet in de OR is het moeilijk meedenken. Er leven ideeën onder onze kaderleden dat het goed zou zijn als ook het management een MZ-scholing zou krijgen. Sommigen gaan zo ver om dit voor elke bestuurder verplicht te laten zijn. En om het niet of te laat verstrekken van bijvoorbeeld een adviesaanvraag te sanctioneren met een boete ( a la de Arbowet). Wat vindt u daarvan? Gaat u ook met dit onderwerp aan de slag?

Ten  vierde gaat het bij medezeggenschap in de discussies met de ondernemer vaak over de kosten.  Een OR kan echter voor een bedrijf ook veel opleveren. Daar zou ook nader onderzoek naar gedaan kunnen worden.  Ondernemers schijnen te weinig te beseffen dat medezeggenschap ook voordelen op kan leveren. De meerwaarde van de OR wordt te weinig onder de aandacht wordt gebracht. Ook onze OR-leden willen graag meedenken over een toekomst bestendige onderneming en het lange termijn beleid. Juist daarom dient de OR voor in het traject van besluitvorming een goede plaats te krijgen.

Wilt u deze vier punten meenemen in uw aanpak voor 2009 en terug laten keren in uw rapportage aan de 2e Kamer?

Tot slot
Al met al trekken we de conclusie dat de WOR niet toe is aan vervanging door een fundamenteel anders ingerichte wet, toen niet en nu nog steeds niet. Een steekhoudende motivering of feitelijke grondslag daarvoor ontbreekt. Wel kan de WOR op diverse punten worden aangescherpt. Verder dienen de huidige bevoegdheden van de OR geenszins te worden ingekrompen of geflexibiliseerd. Wat schort is een degelijke aanpak van de knelpunten in de praktijk. FNV Bouw pleit dus voor een actualisering en aanscherping van de WOR en effectieve maatregelen in praktijk.

We moeten er met zijn allen voor zorgen dat de OR in de praktijk zijn gereedschap daadwerkelijk kan gebruiken en echt al vooraan in de besluitvorming wordt betrokken. Het nut van medezeggenschap raakt ons allemaal. 

Met vriendelijke groet,

Charles Verhoef,
bondsbestuurder medezeggenschap
FNV Bouw.

 

Publicatiedatum: 01-04-2009



Nieuwe cao Bouw
Bouwwerkgevers moeten afblijven van werktijden
Eens
Oneens
stem!
Lidmaatschap
Word nu lid van FNV Bouw